Deze pagina beschrijft de GIA of de Gigabit Infrastructure Act, een Europese verordening die maatregelen bevat om de uitrolkosten van telecomnetwerken te verlagen door te focussen op het delen van infrastructuur en het gezamenlijk uitvoeren van civiele werken.
Lees meer over:
- Wat is de GIA of Gigabit Infrastructure Act?
- Belangrijkste definities in de GIA
- Inhoud GIA
- Toepassing GIA in België
- Gerelateerde platformen in België

Wat is de GIA of Gigabit Infrastructure Act?
De Gigabit Infrastructure Act (GIA) of gigabitinfrastructuurverordening is de Europese verordening 2024/1309 inzake maatregelen om de kosten van de uitrol van elektronischecommunicatienetwerken met gigabitsnelheden te verlagen. Deze verordening vervangt de Broadband Cost Reduction Directive of BCRD (Richtlijn 2014/61/EU) en actualiseert de bestaande regels om de uitrol van netwerken met zeer hoge capaciteit (zoals glasvezel en 5G) verder te ondersteunen.
De GIA is deels van toepassing sinds 11 mei 2024 en werd volledig toepasselijk vanaf 12 november 2025.
De verordening omvat een aantal regels, bijvoorbeeld over het hergebruik van bestaande fysieke infrastructuur van operatoren, nutsbedrijven en overheidsinstanties (zoals kabelgoten, masten, torens enz.) om telecomnetwerken met zeer hoge snelheden uit te bouwen. Verder heeft de verordening betrekking op de coördinatie van civiele werken in alle sectoren, waaronder telecom, energie, afvalwater, vervoer en andere bedrijfstakken die over infrastructuur beschikken.
De GIA beoogt eveneens een snellere, eenvoudigere en meer uniforme toepassing van de regels binnen de EU. Zo bevat de GIA ook regels waaraan de toepasselijke vergunningsprocedures moeten voldoen, en zet het sterk in op het glasvezelklaar maken van nieuwe gebouwen en gebouwen die grondige renovaties ondergaan.
Deze maatregelen scheppen voorwaarden voor een efficiëntere uitrol van nieuwe telecomnetwerken. Bij de aanleg van deze netwerken gaat immers een zeer groot deel van de uitgaven naar bouwwerkzaamheden, zoals het opbreken van straten. Het uiteindelijke doel van deze verordening is dat meer mensen in de EU toegang tot zeer snel internet krijgen.
De GIA kan dan ook een belangrijk instrument vormen bij de aanleg van glasvezelnetwerken.
Belangrijkste definities in de GIA
Fysieke infrastructuur: elk element van een netwerk dat bedoeld is om er andere netwerkelementen in onder te brengen zonder dat het zelf een actief element van het netwerk wordt (bijvoorbeeld kabelgoten, mangaten, masten, straatkasten enz.). Belangrijk is dat kabels hier niet bij inbegrepen zijn, dus niet de glasvezel zelf. Daarnaast omvat fysieke infrastructuur ook alle infrastructuur van overheidsinstanties, ook als deze geen deel uitmaakt van een netwerk, zoals straatmeubilair, lantaarnpalen, verkeersborden en bushaltes.
Netwerkexploitant: een onderneming die communicatienetwerken of een bijbehorende faciliteit aanbiedt of een onderneming die fysieke infrastructuur bezit, zoals voor gasdistributie of vervoersdiensten.
Fysieke binnenhuisinfrastructuur: fysieke infrastructuur of installaties op de locatie van de eindgebruiker waarin vaste en/of draadloze toegangsnetwerken kunnen worden ondergebracht (dus niet de kabels zelf) en door middel waarvan het toegangspunt van een gebouw kan worden aangesloten op het aansluitpunt van het netwerk – zie ook figuur hieronder. De GIA definieert ook glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur: deze is geschikt om glasvezel in onder te brengen.
Toegangspunt: een fysiek punt binnen of buiten een gebouw dat toegankelijk is voor ondernemingen die communicatienetwerken aanbieden, en waar het netwerk kan worden aangesloten op de (glasvezelklare) fysieke binnenhuisinfrastructuur van het gebouw – zie ook figuur hieronder.

Inhoud GIA
In grote lijnen bevat de GIA de volgende onderdelen. Al deze bepalingen gelden in de context van de aanleg van netwerken met zeer hoge capaciteit (VHCN), voor meer uitleg zie de pagina over VHCN.
- Elke netwerkexploitant en overheidsinstantie moet voldoen aan redelijke verzoeken om toegang tot zijn infrastructuur, afkomstig van een operator die telecomnetwerken of bijbehorende faciliteiten wil aanleggen.
- Bovendien hebben deze operatoren ook recht op bepaalde minimuminformatie over deze infrastructuur (locatie en route, type en huidig gebruik van de infrastructuur, alsook een contactpunt). Deze minimuminformatie moet digitaal gedeeld worden via een centraal informatiepunt.
- Ook inspecties van de infrastructuur moeten mogelijk zijn op redelijk verzoek, zodat een operator deze infrastructuur kan beoordelen voor de aanleg van een telecomnetwerk of bijbehorende faciliteit.
- Elke netwerkexploitant en overheidsinstantie die fysieke infrastructuur bezit heeft het recht te onderhandelen met telecomoperatoren over de coördinatie van civiele werken.
- Daarnaast is elke netwerkexploitant en elke overheidsinstantie die fysieke infrastructuur bezit, bij de uitvoering van op zijn minst gedeeltelijk met overheidsgeld gefinancierde (ook indirect) civiele werken, bij die werken verplicht om te voldoen aan elk redelijk verzoek om coördinatie.
- Bovendien moeten alle netwerkexploitanten en overheidsinstanties die fysieke infrastructuur bezitten bepaalde minimuminformatie delen over de geplande civiele werken met betrekking tot hun fysieke infrastructuur, uiterlijk twee maanden voor de vergunningsaanvraag. Deze informatie behelst: de locatie en het type werkzaamheden, de elementen van de betrokken fysieke infrastructuur, de geraamde datum voor aanvang van de werkzaamheden en hun geraamde duur, de geraamde datum van vergunningsaanvraag, alsook een contactpunt. De minimuminformatie moet digitaal gedeeld worden via een centraal informatiepunt.
Vergunningsprocedures voor de uitrol van telecomnetwerken en bijbehorende faciliteiten moeten zo consistent mogelijk zijn in het volledige land. Alle informatie over de vergunningsprocedures moet beschikbaar zijn via een centraal informatiepunt en vergunningsaanvragen moeten digitaal kunnen worden ingediend en opgevolgd.
De beslissingstermijn voor het verlenen of weigeren van een vergunning moet maximaal 4 maanden zijn. Indien er geen beslissing is binnen deze termijn, dan wordt de vergunningsaanvraag automatisch als goedgekeurd beschouwd. Er kan echter afgeweken worden van deze stilzwijgende goedkeuring, indien de operator:
- onmiddellijk na het aflopen van deze termijn een beroep kan doen op of uitgenodigd kan worden voor een ontmoeting met de vergunningverlenende instantie zodat er alsnog een beslissing genomen wordt,
- én het recht heeft om een schadevergoeding te krijgen of de zaak door te verwijzen naar de rechtbank.
Daarnaast is er geen vergunningsprocedure nodig voor de aanleg van telecomnetwerken als het gaat over civiele werken met een beperkte impact, waaronder kleinschalige reparatie- en onderhoudswerken of civiele werken van beperkte omvang. Een kennisgeving mag wel opgelegd worden.
Alle nieuwe gebouwen en gebouwen die grondig gerenoveerd worden, moeten voorzien zijn van een glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur en binnenhuisglasvezelbekabeling. Bovendien moeten alle nieuwe en grondig gerenoveerde meergezinswoningen voorzien worden van een toegangspunt. Vrijstellingen van deze vereisten zijn mogelijk. Elke lidstaat moet concrete technische specificaties vastleggen waaraan deze binnenhuisinfrastructuur en binnenhuisglasvezelbekabeling moet voldoen, en moet erop toezien dat deze verplichting nageleefd wordt.
- Elke telecomoperator heeft het recht zijn netwerk uit te rollen tot aan het toegangspunt.
- Elke telecomoperator heeft bovendien recht op toegang tot alle bestaande fysieke binnenhuisinfrastructuur, wanneer duplicatie technisch of economisch inefficiënt is.
- Elke houder van een recht om het toegangspunt/de fysieke binnenhuisinfrastructuur te gebruiken moet voldoen aan alle redelijke toegangsverzoeken (onder billijke en niet-discriminerende voorwaarden) van een telecomoperator.
Alle rechten en verplichtingen in de GIA moeten online kunnen worden uitgeoefend via digitale tools. Per land moet er ook een centraal nationaal digitaal toegangspunt actief zijn dat de toegang tot alle centrale informatiepunten stroomlijnt.
Een nationale instantie voor geschillenbeslechting moet bindende besluiten nemen over de voorwaarden van de bepalingen over toegang tot fysieke (binnenhuis)infrastructuur en de coördinatie van civiele werken, indien er een geschil is.
Toepassing GIA in België
In tegenstelling tot de vroegere BCRD-richtlijn is de GIA een rechtstreeks toepasselijke verordening, waardoor geen omzetting meer nodig is naar Belgische wetgeving. Er kan evenwel wetgeving nodig zijn om de correcte toepassing van de GIA te garanderen. Bovendien voorziet de GIA in een aantal bepalingen die op nationaal niveau moeten worden uitgewerkt.
Het toepassingsdomein van de GIA situeert zich op verschillende bevoegdheidsniveaus (interfederaal, federaal en regionaal).
- Op interfederaal vlak wordt er momenteel gewerkt aan een nieuwe versie van een samenwerkingsakkoord dat het Samenwerkingsakkoord van 14 juli 2017 tussen de Federale Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten in het kader van de omzetting van de Richtlijn 2014/61/EU vervangt, en waarin de IGB, ofwel de instantie voor geschillenbeslechting inzake netwerkinfrastructuren, werd gedefinieerd.
- Federaal:
- Op federaal vlak geldt de wet van 11 maart 2026 tot uitvoering van Verordening (EU) 2024/1309 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 inzake maatregelen om de kosten van de uitrol van elektronischecommunicatienetwerken met gigabitsnelheden te verlagen, tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en tot intrekking van Richtlijn 2014/61/EU (gigabitinfrastructuurverordening).
- De technische specificaties waaraan de binnenhuisinfrastructuur van nieuwe en grondige gerenoveerde gebouwen moet voldoen, worden momenteel vastgelegd in een koninklijk besluit: deze website zal hierover een afzonderlijke pagina publiceren wanneer dit koninklijk besluit beschikbaar is. Het voorstel van KB door het BIPT kan geraadpleegd worden op de website van het BIPT.
- Ook op regionaal vlak kan er binnen de bevoegdheidsdomeinen van elke overheid relevante regelgeving worden aangenomen of van toepassing zijn, bijvoorbeeld gerelateerd aan het vergunningsbeleid.
Gerelateerde platformen in België
De FOD Economie publiceert het nationaal digitaal toegangspunt voor België, dat de verschillende centrale informatiepunten oplijst die van toepassing zijn voor de GIA.
Belangrijke centrale informatiepunten zijn deze die de informatie bevatten over de toegang tot fysieke infrastructuur, en over de geplande civiele werken. De bepalingen in de GIA zijn vastgelegd op Europees niveau, maar dit sluit niet uit dat de Belgische wetgeving hierover nog bijkomende bepalingen bevat.
Zo is er het concept van ‘werken in synergie’ dat, in tegenstelling tot wat beschreven staat in de GIA, niet alleen verplicht is voor openbare instanties en netwerkexploitanten die met overheidsgeld gefinancierde civiele werken uitvoeren.
In die optiek verwijzen we dan ook naar de platforms die hiervoor gebruikt worden in België, en die meestal een ruimer toepassingsgebied omvatten dan wat werd vastgelegd in de GIA:
- KLIM-CICC staat voor Kabels en Leidingen Informatie Meldpunt – Point de Contact fédéral Information Câbles et Conduites.
- KLIP staat voor Kabel- en Leidinginformatieportaal en is een internettoepassing in het Vlaamse Gewest met als doel het helpen voorkomen van graafschade aan kabels en leidingen.
- GIPOD staat voor Generiek Informatieplatform Openbaar Domein en wordt in Vlaanderen gebruikt voor de coördinatie van civiele werken.
- PoWalCo staat voor Portail Wallon de Coordination des chantiers en wordt in Wallonië gebruikt voor de coördinatie van civiele werken.
- Osiris wordt in het Brussel Hoofdstedelijk Gewest gebruikt voor de coördinatie van werven op de openbare weg.